Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming was van 2017 tot 2024 de landelijke wet die onder meer broedende vogels en hun nesten beschermde, en is sindsdien opgegaan in de Omgevingswet.
De Wet natuurbescherming bundelde vanaf 2017 de regels over soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden die daarvoor over meerdere wetten verspreid stonden. Voor hoveniers was vooral het verbod relevant om nesten van vogels opzettelijk te beschadigen of broedende vogels te verstoren.
Sinds 1 januari 2024 zijn die bepalingen overgegaan naar de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving; de bescherming zelf is inhoudelijk hetzelfde gebleven, alleen de wet waarin de regel staat, is veranderd. Het gevolg voor de planning van snoei- en kapwerk in het broedseizoen is dus ongewijzigd.
Ook de regels rond houtopstanden buiten de bebouwde kom, die eerst in de Wet natuurbescherming stonden, vallen nu onder de Omgevingswet. Voor kap binnen de bebouwde kom golden en gelden vaker de gemeentelijke regels, zoals een kapverbod in de APV of een aparte bomenverordening.
Wie de oude naam van de wet nog in een offerte of contract tegenkomt, kan ervan uitgaan dat de bescherming er via de Omgevingswet nog steeds is.
Veelgestelde vragen
Bestaat de Wet natuurbescherming nog?
Als aparte wet niet meer; sinds 1 januari 2024 zijn de bepalingen opgenomen in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving, met dezelfde bescherming als voorheen.
Verandert de opvolging van de wet iets aan het broedseizoen?
Niet inhoudelijk; het verbod op het verstoren van nesten in gebruik gold onder de Wet natuurbescherming en geldt nu op dezelfde manier onder de Omgevingswet.