Plantgat
Een plantgat is de uitgegraven holte waarin een plant met zijn wortelkluit wordt gezet, met een maat en een afgewerkte wand die op de grondsoort zijn afgestemd.
Een plantgat wordt ruimer gegraven dan de wortelkluit zelf, zodat er losse grond rond de wortels komt te liggen in plaats van de vastgereden rand van de graafmachine.
De bodem onder het gat bepaalt hoe het wordt afgewerkt. Op de zware klei- en veenlagen die de Bodemkaart van Nederland (BRO, 2024) voor grote delen van Amsterdam laat zien, blijft water in een dichtgesmeerde bodem van het gat staan; de wand wordt daarom losgemaakt in plaats van gladgestreken.
Bij een arme of verdichte grond gaat er bodemverbetering mee het gat in, zodat de jonge wortels in losse grond kunnen groeien in plaats van tegen de oude, harde wand.
Op een aanplantofferte staat het graven van plantgaten zelden apart, maar de zorg waarmee het gebeurt bepaalt voor een groot deel of een nieuwe beukenhaag of border binnen het eerste jaar aanslaat.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet een plantgat zijn?
Ruim genoeg om de hele wortelkluit los te laten zakken zonder dat wortels tegen de wand worden gedrukt, met losse grond eromheen in plaats van de vastgereden rand van het gat.
Moet de bodem van een plantgat losgemaakt worden?
Op een dichte of verdichte bodem wel: een gladde, vastgereden wand houdt water tegen en wortels groeien er nauwelijks doorheen, terwijl een losgemaakte wand ze wel doorlaat.